Terugblik verenigingsavond 16 januari 2007      door  Lotty Sonnenberg

 

 A. Bouman : 3 x supergemakkelijke aquariumplanten.

 

De heer Bouman is een verwoed plantenkweker en heeft zelf zo’n 60 soorten in cultuur. Hij doet dit in 17 aquaria, die in zijn huis staan opgesteld. Dat ook de tuin en vijver bij het kweken van aquariumplanten zijn betrokken, mag niet verwonderlijk zijn.

Om ons ook deelgenoot te maken van het hoe en waarom liet hij diverse voorbeelden zien van 3 x supergemakkelijke planten. Hiermee doelde hij erop dat de plant ten eerste gemakkelijk verkrijgbaar moet zijn, ten tweede makkelijk te houden en ten derde makkelijk te kweken.

 

Bij voorkeur kweekt hij planten op uit zaad, omdat dit veruit de grootste opbrengst geeft en makkelijk te doen is. Alternanthera reineckii bijvoorbeeld, geeft in droogcultuur heel kleine bloempjes, die in de bladoksels staan. Hij neemt dan een aantal takken met bloempjes, die ondersteboven in een plastic zak worden gezet. De zak wordt open in het trapgat opgehangen en elke keer als hij de trap opgaat wordt er even tegen de zak getikt. Het zaad valt dan uit de bloempjes en komt onder in de zak terecht. Als alle takken verdroogt zijn kan er geoogst worden. Op de bodem van de zak, waarin zo’n 6 takjes hadden gezeten kan dan stoffijn zaad worden gevonden, dat bij elkaar nog geen vingerhoedbodempje vol is. Hier kunnen toch ruim twee-duizend plantjes uit groeien! De jonge plantjes gaan na de IJsheiligen naar buiten en worden in de tuin verder verzorgd.

 

Aponogeton crispus is een makkelijke en helaas weinig gehouden plant. Waarschijnlijk omdat je ze als knolletje koopt en het dan nog niet veel voorstelt. Uitgegroeid is het echter een fraaie plant. Hij maakt bloeistengels, waarvan de bloeiaar boven water komt en wel 30 cm lang wordt! Je kunt de bloempjes bestuiven, door de bloeiaar door een op het water drijvende voederring onder water te trekken. Het stuifmeel blijft in de ring op het water drijven. Als je de bloeiaar daarna weer door de ring naar boven haalt hecht het stuifmeel zich op de stampertjes en de bevruchting is geschied. Op de aar ontstaan grote zaden, die sommige vissen erg lekker vinden. Als het rijpe zaad naar de bodem zakt, zullen er eerst worteltjes uitgroeien, die het zand in gaan. Hierna ontwikkelen de blaadjes zich en ontstaat er een jong plantje.

 

A. rigidifolius is wat moeilijker te bemachtigen. De heer Bouman heeft ooit een knol van zo’n plant doormidden gesneden. Op beide helften ontwikkelden zich toen zo’n  70 jonge plantjes, die allemaal apart geplant konden worden.

 

A. undulatus is levendbarend. Aan de bloeiaar ontwikkelen zich complete plantjes.

 

 

Bacopa amplexicaulis kan behalve door te zaaien ook uit de stengel opgekweekt worden.  We zagen hoe een platte tempex doos tot kweekbak voor planten werd gemaakt. Hij werd gevuld met potgrond die drijfnat werd gemaakt. Op de aarde werden diverse stengels van de planten gelegd, waarna de van transparant plastic voorziene deksel er weer op ging. Na 4 weken zaten op alle knopen van de stengels jonge plantjes. Hiervan werden de topjes gelijk in het aquarium geplant. De rest van het opgroeiende stengeltje werd vlak boven elk bladpaar doorgesneden en daarna eveneens geplant. Al gauw vormen zich in de bladoksel uitlopers, die weer verwijderd kunnen worden en geplant. Deze methode voldoet ook goed bij Hygrophila, Alternanthera en bij Ludwigia.

 

Cryptocorynen kunnen het beste vermeerderd worden door de wortelstokjes in stukjes te snijden, de stukjes op het water laten drijven en op elk stukje zal zich een nieuw plantje ontwikkelen. Wanneer je Cryptocorynen in een potje koopt, kijk dan goed naar een potje, waar veel plantjes in zitten. Haal deze plantjes na thuiskomst altijd uit elkaar en plant ze apart uit.

 

Echinodorus-soorten krijgen bloemstengels, waaraan zich vaak ook jonge planten ontwikkelen. In stukjes gesneden wortelstokken wortelen op de bodem van het aquarium, waarna zich ook jonge planten vormen.

 

De E.martii is geschikt voor discusaquaria omdat hij een hogere temperatuur goed verdraagt en minder fors wordt dan de gewone Amazone zwaardplant. E.osiris is er in het groen en rood. Rubra heeft rode jonge blaadjes, die later groen worden. Rubin blijft rood. E.ozelot heeft boven water rode vlekjes, die onderwater weer verdwijnen.

 

Eichhornia-soorten zoals diversifolia en azurea kunnen goed uit zaad worden opgekweekt. Als we de planten tot aan het wateroppervlak laten doorgroeien, zullen ze drijfstengels met andersoortige bladeren maken. Hier komen dan de bloemen aan. Deze bloeien maar een paar uur, waarna ze dichtgaan en onderwater uitrijpen. Een Eichornia die drijfbladeren heeft gemaakt, is niet meer in de oude vorm terug te krijgen. Wel kun je de stengel een stuk onder water doorsnijden. Hij zal dan vertakken en de nieuwe takken hebben weer de onderwatervorm. Ze kunnen als ze groter zijn, afge-nomen worden en worden geplant.

 

Hygrophila is het best te vermeerderen door alle internodieën door te snijden. Elk stukje krijgt een nieuw plantje.

 

Lobelia cardinalis wordt als rode bovenwaterplant aangeboden en is moeilijk onderwater te wennen. Wist u trouwens dat Lobelia cardinalis  heel goed in de tuin geplant kan worden? Het wordt dan een forse plant, die wel 1.50 m hoog wordt met fraaie rode bloemen. Hij is echter niet winterhard. Op zijn oorspronkelijke groeiplaats wordt hij door Kolibries bestoven.

 

Rotala macrandra doet het goed bij een lage zuurgraad pH 5-6. Hij is dan goed te kweken. Worden dergelijke planten echter naar een bak overgezet met een aanmerkelijk hogere pH dan zal hij het niet lang uithouden.

Leidse plantjes zijn heel goed in bloempotten te kweken. Het zijn erg sterke planten. Als je de wortelstok in stukjes snijdt en in het aquarium laat drijven, zullen er op elke ring tot 10 jonge plantjes groeien. Binnen een week komen er aan de drijvende jonge plantjes worteltjes en kunnen ze geplant worden.

 

Lotussoorten en hoe we ze kunnen vermeerderen is weer heen heel ander verhaal. Er blijken heel veel verschillende soorten Tijgerlotus te zijn en per soort zijn er dan ook nog variaties in kleur mogelijk. Vaak heeft een lotus een knol, waar hij door middel van een paar cm lange streng aan is verbonden. Knip je het knolletje er af, dan zal dit weer een nieuwe plant gaan vormen. De afgeknipte plant maakt weer een nieuwe knol. Dit kan echter wel 2-3 jaar duren. Niet elke soort heeft een knol. Er zijn Lotussoorten met bladeren van meer dan 20 cm doorsnede. Deze zijn niet zo geschikt voor het aquarium.

 

Een Lotus bloeit 2 nachten na elkaar. Na de bloei verdwijnt de bloem onder water. Dit is nodig voor de ontwikkeling van het zaad. Als het zaad naar de bodem is gezonken, zal het daar ontkiemen en zullen zich nieuwe plantjes vormen. Deze plantjes uit zaad van 1 bloem kunnen verschillende kleuren hebben: rood, groen en bruin.

 

De Nymphaea micrantha krijgt jonge plantjes op het drijvende blad. Ze mogen niet van het blad worden afgehaald, want hier halen ze hun voeding uit. Het afgeknipte blad kunnen we laten drijven. Het jonge plantje zal groeien en het blad wordt langzaam opgebruikt. Nu is het jonge plantje groot genoeg om geplant te worden.

 

De Nymphaea x daubenyana is een erg mooie soort met rood-groen gemarmerd blad. Hij krijgt ook jonge plantjes op het blad, maar dan onder water.

 

 

Nymphaea glandulifera is een kleine laagblijvende lichtgroene soort.

De Nymphaea soorten zijn ook goed te houden in de vijver, waar we de bloemen goed kunnen bewonderen. Ze moeten wel voor de winter naar binnen gehaald worden.

 

Hierna zagen we nog wat beelden van de Japanse tuin in Hasselt (België). Hier groeiden zeer veel en heel mooie Irissen. De Koi waren erg tam en kwamen zowat het water uit om eten te bemachtigen.

 

Zo konden we onze aquariumplanten deze avond eens met andere ogen bekijken en voor menigeen zal dit misschien een aanzet geweest zijn om zelf eens wat aan vermeerderen te gaan doen. Zoals we zagen is dit niet zo heel moeilijk.